pop jazz entertainment onderwijs Zoeken Print Sitemap
 
 
Home » Werkgebieden » Wereldmuziek

“In het westen hebben ze altijd pausen nodig die de zegen geven”

30 juni 2010

Hoe spannend, kwalitatief hoogstaand en gevarieerd wereldmuziek ook mag zijn, het heeft nog altijd geen serieuze plek veroverd in het Nederlandse media- en subsidielandschap. Popjournalist en (wereld)muziekliefhebber Stan Rijven staat aan de wieg van talloze activiteiten om de sector een smoel te geven en daarmee op te stoten in de vaart der volkeren.

Platform

Het World Blend Café is maar één van de vele initiatieven die Stan Rijven heeft genomen om wereldmuziek een volwaardige plek te bezorgen in het Nederlandse bestel. Hem alleen als popjournalist bestempelen is de waarheid geweld aandoen. Want naast journalist is Rijven ook nog organisator, initiatiefnemer, programmamaker, publicist, archivaris, DJ, cultuursocioloog, presentator, muziekresearcher en docent. Als grondlegger van het Pop Archief Nederland en het Popular Music Archive van Liverpool, schrijver van talloze recensies en artikelen in o.a. Trouw, Oor, en HP en organisator van congressen over de sociologische context van de popmuziek, is hij een bekende en erkende deskundige in de popwereld.
Rijven heeft de stellige overtuiging dat de wereldmuziek, één van zijn grote liefdes, niet los kan worden gezien van pop of jazz. “Volgend jaar ben ik officieel 30 jaar popjournalist bij Trouw maar ik beweeg me al veel langer in het muzikale veld. Ik zag dat het veld zich steeds aan het verbreden was, zowel geografisch als stilistisch. Maar dat wat wij later wereldmuziek zijn gaan noemen heeft eigenlijk nooit een plek gehad. Ik ben ook DJ en draaide veel Afrikaanse en Latin pop. Voor mij was het twee handen op één buik. Duik je de geschiedenis in dan zijn er ook veel dwarsverbanden. Maar het zit als het ware in een enclave opgesloten. In 1987 kwam ik in Londen waar het begrip wereldmuziek, onder de naam ‘world music’ zojuist was gemunt door een aantal kleine platenlabels. Niet als een stijl maar als een paraplubegrip om al die verschillende muziekgenres van overal ter wereld onder te brengen in platenzaken. Daar is toen een strijd om geweest omdat mensen stelden dat wereldmuziek niet bestond. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om het andere denken: het globale denken. Ik heb daar in de loop der jaren veel artikelen over geschreven. Samen met Emiel Barendsen (hoofd programmering van het Tropentheater) en Sonja Heimann (communicatie-adviseur, producent) heb ik in 2005 een expertmeeting georganiseerd over het imago en de identiteit van de wereldmuziek. Wat is dat nou die wereldmuziek? Socioloog John Collins en de baas van Putu Mayo Records hielden er een praatje, muziekrecensent Frits Lagerwerff deed een column en ik vertelde er een verhaal met een historisch overzicht. Dat was een heel vruchtbare dag waardoor mensen weer een beetje moed en zin kregen. Het absurde is namelijk dat de mensen in de wereldmuziekscene elkaar maar één keer per jaar ontmoeten en dat is op de Womexbeurs. Ik vond dat er een platform moest zijn waar de mensen elkaar vaker kunnen spreken. Een jaar later hebben we daarom een follow up georganiseerd over de toekomst. Tijdens ‘Now we’re talking music’ ging het over economisch en cultureel kapitaal dat de wereldmuziek-sector als een ‘innovatieve industrie’ vertegenwoordigt. Maar ook over manieren waarop de sector zichtbaarder kan worden, zichzelf op de kaart kan zetten.”

Tien stappen

“Tegelijkertijd kwam er een oproep, de ‘Cultural Challenge Call’, van het Ministerie van OCW en Economische Zaken. Daar lagen tonnen voor mensen uit de creatieve wereld. Tijdens die hele hete zomer van 2006 heb ik met 12 mensen een plan in elkaar gespijkerd. Het was een tien stappen plan waarmee de wereldmuzieksector een gezicht moest krijgen, moest emanciperen en professionaliseren. We wilden geen instituut en geen verenigingen, maar nieuwe netwerken en horizontale platforms.” Het stappenplan werd uiteindelijk niet door de Ministeries met een subsidie gehonoreerd. “Het geld ging ondermeer naar een idee voor kaasverpakkingen en milieuvriendelijke tuimelramen”, aldus Rijven. Maar het vormde wel de grondslag voor daadwerkelijk sectoraal beleid en was het startschot van een reeks activiteiten.
“We wilden een tijdschrift, dat is later het tijdschrift Beyond geworden (verscheen in 2007/2008, red.) een gidsje waar alles in gebundeld werd en een Dutch Corner op de Womex. Daar komen 3000 mensen uit de hele wereld en Nederland is er totaal onzichtbaar! Het is een zak knikkers die je over een voetbalveld uitstrooit. Dáár staat Fra Fra Sound, dáár de Dutch Jazz Connection, er was geen verband. Een aantal van die deelnemers hebben we voor de Womex van vorig jaar bij elkaar gebracht in de Dutch Corner wat een instant succes is geworden. We hebben wat geld bij elkaar geschraapt, deelnemers namen zelf een fles Berenburger of jenever mee en het was een swingende tent. Dat hebben we dit jaar weer gedaan. Een ander punt uit ons stappenplan was de organisatie van open source netwerkbijeenkomsten voor de sector via het World Blend Café. Maar er moest ook een body komen. Dat werd het World Music Forum (WMF NL)”.

Twintig jaar achter


Het WMF NL is een jonge brancheorganisatie in oprichting die de collectieve belangen van de sector zo goed mogelijk probeert te behartigen. En dat is geen overbodige luxe gezien de ondergeschoven positie van wereldmuziek in het huidige subsidiebestel. Zo heeft het genre ten opzichte van de Cultuurnotaperiode 2004-2008 ongeveer 60% van z’n vierjarige rijkssubsidie ingeleverd sinds de beoordeling van de aanvragen is overgedragen aan het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK). Er is dus werk aan de winkel voor het WMF NL dat hierover een brandbrief schreef aan het fonds. Rijven: “Het NFPK heeft een thema-avond van het World Blend Café over dit onderwerp bezocht. Ze wisten dus van ons bestaan maar het WMF NL heeft geen plek in het bestaande schaakspel. En Nederland ligt natuurlijk 20 jaar achter. Het is te bizar voor woorden dat de Nederlandse wereldmuzieksector niet alleen wordt genegeerd maar ook nog wordt gehalveerd. Dus nu zijn we harder op de trommel aan het slaan.”

Moeilijk te marketen


Sinds de zomer 2008 heeft het WMF een nieuw bestuur waarin, naast Rijven, mensen uit de praktijk zoals manager Nathalie van Veenendaal, Luciën Ravensberg (Wereld Kinderfestival), Klaus Kuiper (muzikant, ex-programmeur Korzo) en communicatie-adviseur Sonja Heimann zitting hebben. Rijven: “Als het gezicht van de wereldmuziek doen wij dingen voor de hele sector. We hebben ons ook op Noorderslag laten zien. Daar willen we een podium maar dat gaat nogal moeizaam. Het lijkt een beetje op 50 jaar Nederpop zoals begin oktober herdacht in de Heineken Music Hall. Nederpop is blijkbaar geen hip hop, geen dance, geen Surinaamse of Antilliaanse muziek. Het is wit, wit, wit. Nou, dat is nogal vreemd. Ook de Noorderslag is altijd wit, wit, wit. Net als trouwens Pink Pop, ik noem het altijd roze pop. Zij zien wereldmuziek gewoon niet als pop. Dat heeft ook te maken met de aard van het beestje. Het is natuurlijk een paraplu waaronder van alles valt met veel verschillende gezichten, van allerlei pluimage en allerlei niveaus. Het is zowel Carel Kraayenhof als de salsascene, dance, traditionele muziek en balkanmuziek. Noorderslag heeft een sanctionerende en canoniserende rol. Als daar geen plek is voor wereldmuziek creëren wij ons eigen ding. Vijf jaar geleden heb ik al in Trouw geschreven dat het vreemd is dat de Noorderslag geen Zuiderslag in zich bergt. Een fantastische band als No Blues zou gewoon op Noorderslag moeten staan! Er ligt een enorm potentieel maar het is moeilijk te marketen. Een platenbaas van een Brits wereldmuzieklabel vertelde me dat het drie jaar duurt voordat hij het break even point haalt als hij iets uitbrengt. Maar daarna blijft de verkoop altijd doorlopen. Het gaat niet om de korte maar de lange termijn en dát is het geheim. Niemand wilde Cesaria Evora in het begin uitbrengen. Nu is ze een soort Buena Vista Social Club van Kaapverdië en iedereen vindt het mooi. Maar in het Westen hebben ze altijd pausen nodig die eerst de zegen moeten geven. Die heten Paul Simon, Ry Cooder, Peter Gabriël, David Byrne en vandaag Damian Albarn. Dan mag het en durft men pas. Maar op eigen initiatief die dingen ontdekken…”

Koudwatervrees


Wereldmuziek is niet alleen voor popbolwerken als Noorderslag moeilijk te plaatsen. Ook de media hebben daar volgens Rijven problemen mee. “Als het om wereldmuziek gaat hebben de journalisten twee struikelblokken. Eén: er is een soort koud watervrees want ze weten niet hoe ze er mee om moeten gaan. Het tweede is de angst om het niet te weten, dus kennisgebrek. Ik zie ons paradepaardje Leo Blokhuis stuntelen in Londen bij Live Aid voor Mandela: ‘Ja, Afrikaanse swing en ze hebben trommels’. Dat soort teksten uit het jaar nul en dat kán dus niet. Daar wordt niet goed mee omgegaan. Voor de betere informatie moet je die mensen over de streep trekken maar vooral laten zien dat het leuk is en goed; dat het inhoud heeft en swingt. Collega journalisten zien mij altijd als een vreemde eend in de bijt.
Maar ik schrijf ook over Tom Waits, Amy Winehouse en De Kift. Het is niet óf óf maar én en.” Rijven heeft wel ideeën over wat hij zou doen om de wereldmuziek vooruit te helpen als hij een grote zak geld had. “Ik vind dat je voorwaarde scheppend moet zijn. Ik zou niet direct individuen subsidiëren maar eerder kansen creëren. Via een blad of festivals. Dus de sector op scharnierpunten platforms bieden waarop je kunt opereren. Je zult ook een bureautje moeten runnen. Nu doet iedereen binnen het WMF NL het er gratis naast en dat kan dus niet meer. Dit initiatief is met vereende krachten en zonder middelen spontaan ontstaan. Het wordt nu tijd om verder te professionaliseren en om de sector naar een hoger plan te brengen.
Daarnaast vind ik een archief- en expertisefunctie heel belangrijk. Veel mensen weten nu niet waar ze met hun vragen terecht kunnen. Die service moet er gewoon professioneel staan. Een hele actieve, initiatiefrijke rol in het nu, transparant zijn en samenwerken. Wat in de muziek gestalte krijgt kun je ook organisatorisch doen. Ik kan niet tegen dat bevriezen en die instituten. Sommigen zullen er moeten zijn maar dan moeten die posities ook iedere vier jaar ter discussie staan. Je hoort het al, ik heb veel meer met muzikanten dan met bestuurders.”



wereldmuziek
  • “In het westen hebben ze altijd pausen nodig die de zegen geven”

    werkgebieden
  • NORMA Cd-productiefonds
  • Succes boeken? - Bestel de Ntb Boekingsgids!
  • Eerste zelfstandige kliniek voor hand- en polsklachten geopend
  • Je muziek op iTunes via NORMA
  • Ntb-DMU (Dance Music Union)
  • Ntb-forum op Hyves
  • Muziek op internet (2): ook Sena gaat factureren
  • Muziek op internet: Verwarring door acties Buma/Stemra
  • Eindelijk duidelijkheid over BTW-tarief repetities
  • Verzet tegen voorstel tot afschaffing thuiskopie
  • Hoorzitting Auteursrecht in Tweede Kamer
  • Maker weer centraal in het auteursrecht
  • Oprichting Platform Makers
  • YouTube-overeenkomst Buma/Stemra
  • Ntb en BV Pop presenteren puntenplan Popbeleid
  • GroenLinks past verkiezingsprogramma aan
  • Kamerverkiezingen: partijprogramma’s vergeleken
  • Cd's uit "Vers geperst" op Radio 6

  •   © Ntb 2004   -   Disclaimer